Geïndexeerde bedragen personenbelasting aanslagjaar 2019 en 2020

Een overzicht van de belangrijkste geïndexeerde bedragen in de personenbelasting. In dit overzicht vindt u de federale bedragen terug. Belastingverminderingen en dergelijke waarvan het bedrag door de gewesten wordt bepaald, werden niet opgenomen.

Het overzicht bevat de bedragen voor aanslagjaar 2020, dat zijn uw inkomsten van dit jaar (2019). Achter ieder bedrag vindt u tussen haakjes het geïndexeerde bedrag voor aanslagjaar 2019 (dat zijn de bedragen die u in juni nodig heeft voor uw aangifte met uw inkomsten uit 2018).

Belastingvrije som en gezinssituatie

Belastingvrije som en verhoogde belastingvrije som

Belastingvrije som: 8.860 euro (7.430 euro)  

Verhoging belasting vrije som voor gehandicapte belastingplichtige: 1.610 euro (1.580 euro) 

Personen ten laste

Verhoging belastingvrije som voor personen ten laste 
- één kind: 1.610 euro (1.580 euro)  
- twee kinderen: 4.150 euro (4.060 euro)  
- drie kinderen: 9.290 euro (9.110 euro) 
- vier kinderen: 15.030 euro (14.730 euro) 
- meer dan vier kinderen (supplement per kind): 5.740 euro (5.620 euro)

Bijkomende toeslag voor kinderen onder de drie jaar (waarvoor geen uitgaven voor kinderoppas worden afgetrokken): 600 euro (590 euro)

Voor iedere andere persoon ten laste: 1.610 euro (1.580 euro) 

Verhoging belastingvrije som alleenstaande met kinderen ten laste: 1.610 euro (1.580 euro) 

Maximumbedrag eigen nettobestaansmiddelen (kind ten laste): 3.330 euro (3.270 euro) 

Verhoogd bedrag voor kind van alleenstaande: 4.810 euro (4.720 euro) 

Verhoogd bedrag voor gehandicapt kind van alleenstaande: 6.110 euro (5.990 euro)

Onderhoudsgeld dat niet meetelt als bestaansmiddel: 3.330 euro (3.270 euro)

Bezoldiging studentenjob die niet meetelt als bestaansmiddel: 2.780 euro (2.720 euro) 

Huwelijksquotiënt en meewerkende echtgenoot

Huwelijksquotiënt: 10.940 euro (10.720 euro) 

Maximaal inkomen meewerkende echtgenoot uit eigen beroepsactiviteit: 14.200 euro (13.910 euro) 

Maximumbedrag forfaitaire beroepskosten

- Werknemers en zelfstandigen met winsten: 4.810 euro (4.720 euro)
- Zelfstandigen met baten en meewerkende echtgenote: 4.230 euro (4.150 euro)
- Bedrijfsleiders: 2.540 euro (2.490 euro)

Belastingschijven aanslagjaar 2019

- 25 % op de schijf tot 13.250 euro (12.990 euro)
- 40 % op de schijf tot 23.390 euro (22.290 euro)
- 45 % op de schijf tot 40.480 euro (39.660 euro)
- 50 % op de schijf boven 40.480 euro (39.660 euro)

Bedragen die niet worden geïndexeerd

De vrijstelling voor maaltijdcheques, ecocheques, PWA-cheques en cultuurcheques.

De kilometervergoeding van 0,15 euro voor woon-werkverkeer.

De maximale bedrijfsleidersbezoldigingen van een student-zelfstandige.

De maxima voor de tax shelter voor starters en groeibedrijven.

De grensbedragen van de Vlaamse woonbonus.

De winwinlening.

De grensbedragen voor bescheiden woning inzake OV-vermindering.

Het maximum van het belastingkrediet in de PB.

Nieuws

De Balanscentrale, onderdeel van de Nationale Bank van België (NBB), voert vanaf januari 2022 wijzigingen door die een impact kunnen hebben op de manier waarop u een jaarrekening neerlegt. Een neerlegging op papier is niet meer mogelijk, online wordt eenvoudiger.

De komende jaren verandert er heel wat op het vlak van de aftrekbaarheid van de beroepskosten van voertuigen. Wagens die op een fossiele brandstof rijden, verliezen de aftrek als beroepskosten. Elektrische wagens blijven wel fiscaal aftrekbaar. Om de omschakeling aan te moedigen, werkt de wetgever met wortel en stok, maar een nakende wetswijziging maakt de wortel al wat kleiner.

In de registratie- en successierechten komen we wel eens het begrip ‘aanhorigheid’ tegen. Het gaat dan over een constructie die een bijzaak vormt bij een hoofdgebouw. Maar wanneer houdt een constructie op een bijzaak te zijn en wordt ze afzonderlijk belastbaar?