Over mosselsoupers, wafelenbak, spaghetti-avonden en de btw

Verenigingen met sociale en culturele activiteiten zijn vrijgesteld van btw voor hun gewone activiteiten. Om fondsen te werven voor de financiering van hun activiteit, organiseren ze vaak ook allerlei andere activiteiten. Ook die zijn in principe vrijgesteld van btw. De btw-administratie heeft een circulaire gepubliceerd om wat meer uitleg te geven.

Vrijstelling voor fondsenwerving

Jeugdbewegingen, sportclubs, culturele verenigingen, ... zijn steeds op zoek naar manier om fondsen te werven. Vaak doen ze dat door activiteiten te organiseren die buiten hun eigenlijke activiteit vallen: mosselsoupers, wafelenbak, spaghetti-avonden. Om de fondsenwerving zo makkelijk mogelijk te maken, zijn ook deze activiteiten vrijgesteld van btw.

Een wetswijziging in 2016 en een recente circulaire geven meer uitleg bij de drie voorwaarden die moeten worden vervuld om de vrijstelling te kunnen genieten: (i) de vereniging moet zelf het evenement organiseren, (ii) het moet gaan om occasionele activiteiten, (iii) die niet concurrentieverstorend werken.

De vereniging treedt zelf op als organisator van het evenement

De vereniging moet zelf als organisator van het fondswervingsevenement optreden. Dat wil zeggen dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor (zoeken van) de locatie, programmatie, opbouw, publiciteit, inning van de ontvangsten, ... Dit betekent niet dat de vereniging geen hulp van buitenaf mag krijgen.

Voorbeeld

Een sportclub organiseert een jaarlijkse kaas-en wijnavond. De club zoekt zelf een locatie, zorgt voor de aankoop van kaas en wijn, maakt reclame bij leden, oud-leden, familie en sympathisanten, zorgt voor de bediening op de avond zelf. Enkel voor de muziek op het event wordt een DJ ingehuurd = de sportclub is zelf organisator, de vrijstelling is van toepassing.

Een sportclub organiseert een jaarlijkse kaas-en wijnavond. Ze zoeken een cateraar die alles voor hen regelt = de sportclub kan zelf niet als organisator beschouwd worden en kan niet rekenen op de vrijstelling.

Occasionele activiteiten

De activiteiten die worden georganiseerd voor de fondsenwerving mogen geen economische activiteit van de btw-plichtige uitmaken. De activiteiten mogen slechts occasioneel van aard zijn. Bovendien moeten ze expliciet georganiseerd worden met de bedoeling fondsen te werven en moeten ze exclusief ten voordele van de vereniging of een goed doel zijn.

Het is vooral van belang dat er geen regelmaat in zit. Het is bijvoorbeeld niet uitgesloten dat een sportclub zelf jaarlijks een sportwedstrijd inricht om geld in het laatje te brengen.

Niet concurrentieverstorend

Door het organiseren van deze activiteiten mag de vereniging de concurrentie met ondernemingen die beroepshalve deze activiteiten uitoefenen niet verstoren:  de activiteiten mogen slechts uitzonderlijke opbrengsten genereren, zij mogen geen reële afzonderlijke economische activiteit vormen en zij moeten erop gericht zijn om de realisatie van het doel van de instelling te vergemakkelijken.

Het is niet zo makkelijk om te oordelen of er sprake is van concurrentieverstoring. Om toch een beetje houvast te hebben, heeft de fiscus in de circulaire een paar criteria opgenomen: de vereniging mag maximaal vier keer per kalenderjaar een evenement organiseren en zo'n evenement mag maximaal drie opeenvolgende dagen duren.

Wat als er wordt geoordeeld dat er toch concurrentieverstoring is? Dan vervalt de vrijstelling vanaf  het eerste kwartaal dat volgt op de overschrijding. Dit betekent dat het evenement zelf dat de drempel overschrijdt, buiten schot blijft voor de btw.

Nieuws

De CBN heeft een advies gepubliceerd over de boekhoudkundige verwerking van de wederopbouwreserve. De wederopbouwreserve is één van belangrijkste maatregelen die ondernemingen moet toelaten zich na de pandemie te herpakken. Hoe gaat die wederopbouwreserve in de praktijk?

Als u materiaal aanbiedt aan uw medewerkers om te kunnen werken, dan zijn er twee mogelijkheden. Ofwel beschouwt de fiscus het als kosten eigen aan de werkgever (en dan is het niet belastbaar voor de werknemer), ofwel als voordeel van alle aard (en dan is het uiteraard wel belastbaar). Pc’s en smartphones vallen onder die laatste categorie. Maar wat met de accessoires ervan?

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.