Faillissement hervormd … voor een tijdje

Tot tweemaal toe besliste de regering om faillissementen te blokkeren via een zogenaamd moratorium. Schuldeisers konden hun vordering niet ten gelde maken door de schuldenaar failliet te laten verklaren. Het tweede moratorium eindigde op 31 januari 2021. De regering heeft nu een wet klaar die de hele procedure hervormt.

Gerechtelijke reorganisatie versoepeld

Het moratorium komt niet terug maar het wordt (tijdelijk) vervangen door een versoepelde toegang tot de gerechtelijke reorganisatie. Die versoepeling komt vooral tot uiting door een minder strikte procedure.

Een gerechtelijk akkoord zou u kunnen omschrijven als een akkoord tussen de onderneming in moeilijkheden en de schuldeisers. Zo'n akkoord moet door een rechter-commissaris goedgekeurd worden.

In principe moet het dossier voor een gerechtelijk akkoord volledig zijn voor het kan worden ingediend. Als bepaalde verantwoordingsstukken ontbreken wordt de aanvraag verworpen. Dat verandert: de aanvrager krijgt de mogelijkheid om het dossier verder aan te vullen. Dit is een tijdelijke maatregel die al afloopt op 30 juni 2021 maar door de regering wel verlengd kan worden.
De vroegere termijn van 4 maanden om een verslaggever een onderzoek te laten uitvoeren wordt eveneens tijdelijk verlengd tot 8 maanden.

Voorbereidend akkoord

Helemaal nieuw is de mogelijkheid van een voorbereidend akkoord, ook wel bekend onder de Engelse term “pre-packaged insolvency” of simpelweg “pre-pack”. In de Angelsaksische zakenwereld wordt deze term gebruikt voor geheime faillissementsregelingen.

Wat betekent dit in het Belgische recht?
We kunnen het omschrijven als een minnelijk akkoord of buitengerechtelijke voorbereiding van een reorganisatieplan. Het akkoord met de schuldeiser komt tot stand zonder een opschorting van de middelen van tenuitvoerlegging. Maar er is wel van in het begin een gerechtsmandataris betrokken zodat het akkoord snel kan leiden tot de homologatie van het herstelplan.
Met dit voorbereidend (en ook geheim) akkoord vermijdt men een belangrijk nadeel van het gewone gerechtelijke akkoord: de reputatieschade. Immers, bij een gerechtelijk akkoord start de procedure meteen met de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad. Met een pre-pack valt de bekendmaking van het feit dat de onderneming moeilijkheden ondervindt, gelijk met de bekendmaking van het reorganisatieplan (dat op dat moment dan nog wel moet gehomologeerd worden door de rechtbank).
Tegelijkertijd kan men -mits er een akkoord is- de periode van opschorting kort houden wat dan ook weer een positieve invloed heeft op de werklast van de ondernemingsrechtbanken.

Er is, net als voor de procedure voor een gerechtelijk akkoord, vereist dat de continuïteit van de onderneming “onmiddellijk of op termijn” bedreigd is. Dat betekent dat de schuldenaar eigenlijk vrij snel van deze pre-pack procedure kan overschakelen naar het gerechtelijk akkoord (met als voornaamste gevolg de opschorting van de vorderingen). Daarom wordt er, naast de gerechtsmandataris ook een gedelegeerd rechter aangewezen.

Als het reorganisatieplan waarschijnlijk goedgekeurd zal worden (er hoeft dus nog geen akkoord te zijn), dan kan de voorzitter het plan voorleggen aan de rechtbank die dan de procedure tot gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord open verklaard door de rechtbank en het dan ook snel kan afwerken.
Noteer dat ook deze maatregel tijdelijk is ... op 30 juni 2021 zou de wetgeving al ophouden te bestaan. De regering kan de maatregel verlengen (wat erg waarschijnlijk is). Maar vele adviseurs hopen dat de pre-pack ook definitief zal opgenomen worden in de Belgische wetgeving.

Nieuws

De CBN heeft een advies gepubliceerd over de boekhoudkundige verwerking van de wederopbouwreserve. De wederopbouwreserve is één van belangrijkste maatregelen die ondernemingen moet toelaten zich na de pandemie te herpakken. Hoe gaat die wederopbouwreserve in de praktijk?

Als u materiaal aanbiedt aan uw medewerkers om te kunnen werken, dan zijn er twee mogelijkheden. Ofwel beschouwt de fiscus het als kosten eigen aan de werkgever (en dan is het niet belastbaar voor de werknemer), ofwel als voordeel van alle aard (en dan is het uiteraard wel belastbaar). Pc’s en smartphones vallen onder die laatste categorie. Maar wat met de accessoires ervan?

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.