Indexering in fiscaliteit opgeschort

De coronacrisis kost geld. Véél geld. En daarom gaat de regering op zoek naar meer inkomsten. Eén van de maatregelen die al eerder werd gebruikt, is de indexstop in de personenbelasting. Een bijna onvoelbare belastingverhoging.

Oude wijn in nieuwe zakken

Voor de aanslagjaren 2021 tot 2024 wordt de indexering van een aantal fiscale uitgaven bevroren op het niveau van de geïndexeerde bedragen die gelden voor aanslagjaar 2020.
De regering Michel deed dit in 2014 al een keertje voor, door de indexering voor de aanslagjaren 2015 tot 2018 voor een reeks fiscale uitgaven te onderbreken.
Opgelet: na die onderbreking wordt de indexering niet terug opgepikt waar ze onderbroken was. Nee, de berekening krijgt in 2024 een nieuw startpunt (zoals dat ook al het geval was in 2018).

Net zoals bij de vorige onderbreking is er sprake van een zekere “retroactiviteit”. De maatregel geldt al vanaf aanslagjaar 2021. Dat betekent in de praktijk dat het betrekking heeft op de inkomsten van 2020.
De geïndexeerde bedragen die van toepassing zijn in 2020 werden al in januari 2020 gepubliceerd in het Staatsblad. Dat bericht wordt dus deels geannuleerd.

Welke uitgaven?

De indexering geldt niet voor alle bedragen uit de personenbelasting. Het belastingvrij minimum en de verhogingen wegens kinderlast bijvoorbeeld vallen er niet onder en worden dus gewoon verder geïndexeerd.

Wat valt er wel onder?

de vrijgestelde eerste schijf van inkomsten uit spaardeposito's, van dividenden, van intresten met sociaal oogmerk en het bedrag van de leningen via een crowdfundingplatform waarvan de interesten zijn vrijgesteld (zou 990 euro worden, blijft 980 euro);

de fiscale korf voor de belastingvermindering voor het lange termijnsparen (vanaf aanslagjaar 2021) en van de eerste schijf van de leningen (leningen aangegaan vanaf 1 januari 2020);

de belastingverminderingen voor de verwerving van werkgeversaandelen;

de belastingvermindering voor uitgaven voor de verwerving van een elektrisch voertuig (zou 3.180 euro worden, blijft 3.140 euro);

de belastingvermindering voor uitgaven voor een ontwikkelingsfonds (zou 400 euro worden, blijft 390 euro);

de belastingvermindering voor giften (blijft 40 euro);

de belastingvermindering voor huispersoneel;

de belastingvermindering voor uitgaven in het kader van een adoptieprocedure;

de belastingvermindering voor premies voor een rechtsbijstandsverzekering (was en blijft 310 euro);

de belastingvermindering voor lage energiewoningen, passiefwoningen en nulenergiewoningen; en

de in aanmerking te nemen uitgaven voor de in een federale belastingvermindering omgezette aftrek voor enige woning.

De indexering van de bedragen inzake de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten wordt voortgezet.

Pensioensparen

De onderbreking van de indexering van de maximumbedragen voor pensioensparen wordt uitgesteld tot aanslagjaar 2022. De reden is dat in het begin van 2020 al werd meegedeeld dat het maximum van het pensioensparen 990 euro (30%) of 1.270 euro (25%) bedraagt. Wie in 2020 al 990 euro heeft gespaard zou nog slechts recht hebben op een belastingvermindering van 25% in plaats van 30% en pensioenspaarders die in 2020 al meer dan 1.260 euro hebben gespaard, zouden een beperkt bedrag (10 euro) moeten overdragen. Dat wordt met dit uitstel vermeden.
Ook de volgende aanslagjaren zal het maximum dus 990 euro bedragen.

Nieuws

De Balanscentrale, onderdeel van de Nationale Bank van België (NBB), voert vanaf januari 2022 wijzigingen door die een impact kunnen hebben op de manier waarop u een jaarrekening neerlegt. Een neerlegging op papier is niet meer mogelijk, online wordt eenvoudiger.

De komende jaren verandert er heel wat op het vlak van de aftrekbaarheid van de beroepskosten van voertuigen. Wagens die op een fossiele brandstof rijden, verliezen de aftrek als beroepskosten. Elektrische wagens blijven wel fiscaal aftrekbaar. Om de omschakeling aan te moedigen, werkt de wetgever met wortel en stok, maar een nakende wetswijziging maakt de wortel al wat kleiner.

In de registratie- en successierechten komen we wel eens het begrip ‘aanhorigheid’ tegen. Het gaat dan over een constructie die een bijzaak vormt bij een hoofdgebouw. Maar wanneer houdt een constructie op een bijzaak te zijn en wordt ze afzonderlijk belastbaar?