Overdracht van niet volgestorte aandelen: op wie rust de volstortingsplicht?

Ook aandelen die u nog niet volstort heeft, kan u overdragen. Vraag is of de volstortingsplicht mee overgedragen wordt. Het WVV geeft ons een duidelijk antwoord.

Voor NV, BV en CV

Onder de oude vennootschapswetgeving (W.Venn.) was er enkel voor de NV een wettelijke regeling voorzien voor de volstortingsplicht van overgedragen aandelen. Kort samengevat kwam die regeling er op neer dat voor oude vennootschapsschulden (schulden die dateerden van vóór de overdracht in het aandelenregister) zowel de overdrager als de overnemer konden aangesproken worden. Voor vennootschapsschulden die dateerden van na de overdracht kon enkel de nieuwe aandeelhouder aangesproken worden.
Voor de BVBA was er geen wettelijke regeling maar de rechtspraak legde de verantwoordelijkheid voor de volstorting veelal bij de overnemer van zodra de overdracht tegenwerpelijk was.

Onder het WVV is er een wettelijke regeling die van toepassing is zowel voor de NV, de BV als voor de CV. Deze regeling bepaalt dat overdrager én overnemer hoofdelijk gehouden zijn voor de volstortingsplicht gekoppeld aan de overgedragen aandelen. Zowel de vennootschap als derden kunnen een beroep doen op deze hoofdelijke verplichting. Zelfs derden die via een zijdelingse vordering hun rechten laten gelden. Het speelt dus geen rol meer of de schulden dateren van vóór dan wel ná het tijdstip van tegenwerpelijkheid van de overdracht.

Hoofdelijkheid

De hoofdelijkheid speelt voor alle overdragers en overnemers van de aandelen. Om het even wie de niet-volgestorte aandelen in handen heeft gehad, kan aangesproken worden om ze verder te volstorten.

Maar in de praktijk zal bij de overdracht van niet-volgestorte aandelen de prijs die de overnemer betaalt lager zijn omdat men er van uitgaat dat de volstortingslast finaal door de overnemer zal worden gedragen.
Daarom voorziet de wet dat de overdrager die wordt aangesproken voor de volstorting van de aandelen, een regresvordering heeft op de overnemer. Ook hier geldt weer een hoofdelijkheid: als er meerdere (opeenvolgende) overnemers zijn, zijn ze allemaal hoofdelijk aansprakelijk tegenover de overdrager.

Dwingend recht

Opgelet: de hoofdelijke aansprakelijkheid van overdrager en overnemer(s) tegenover de vennootschap en derden is van dwingend recht. Dat heeft twee gevolgen:

u kan er niet van afwijken, noch in statuten noch in de overeenkomst tussen de overdrager en de overnemer;

alle bepalingen van dwingend recht uit het WVV zijn op 1 januari 2020 van toepassing geworden op vennootschappen die al vóór 1 mei 2019 bestonden. Ook als uw statuten dus anders bepalen, is deze regeling van toepassing.

De hoofdelijkheid voor de toepassing van de regresvordering voor de overdrager is echter van suppletief recht. Als u er als overdrager van afwijkt in een overeenkomst met de overnemer, dan is die bepaling onder u beiden geldig. Maar enkel tussen u beiden.

Verjaring

De overdrager van niet-volgestorte aandelen kan tot vijf jaar na de overdracht van de aandelen worden aangesproken voor de volstorting ervan. Daarna treedt de verjaringstermijn in.

Nieuws

De Balanscentrale, onderdeel van de Nationale Bank van België (NBB), voert vanaf januari 2022 wijzigingen door die een impact kunnen hebben op de manier waarop u een jaarrekening neerlegt. Een neerlegging op papier is niet meer mogelijk, online wordt eenvoudiger.

De komende jaren verandert er heel wat op het vlak van de aftrekbaarheid van de beroepskosten van voertuigen. Wagens die op een fossiele brandstof rijden, verliezen de aftrek als beroepskosten. Elektrische wagens blijven wel fiscaal aftrekbaar. Om de omschakeling aan te moedigen, werkt de wetgever met wortel en stok, maar een nakende wetswijziging maakt de wortel al wat kleiner.

In de registratie- en successierechten komen we wel eens het begrip ‘aanhorigheid’ tegen. Het gaat dan over een constructie die een bijzaak vormt bij een hoofdgebouw. Maar wanneer houdt een constructie op een bijzaak te zijn en wordt ze afzonderlijk belastbaar?