Grondwettelijk Hof vernietigt effectentaks … voor de toekomst

Sinds 10 maart 2018 moet uw bankier een effectentaks inhouden als het vermogen op uw effectenrekening, 500.000 euro of meer bedraagt. Het Grondwettelijk Hof vernietigde deze belasting begin oktober 2019 maar het Hof staat de overheid toe om de taks toch nog te innen voor 2019.

Taks op de effectenrekeningen

Sinds 10 maart 2018 moeten grote vermogens een extra steentje bijdragen aan de bestrijding van de begrotingstekorten door de “taks op de effectenrekeningen”, kortweg effectentaks.
De taks bedraagt 0,15% en is verschuldigd als de gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten op uw effectenrekening(-en) 500.000 euro of meer bedraagt.

Als u dat bedrag op 1 rekening staan hebt, dan moet uw bankier de taks inhouden. Heeft u meer dan één effectenrekening, of heeft u effectenrekeningen in het buitenland, en de totale som van de beleggingen is 500.000 euro of meer, dan moet u zelf aangifte doen en de taks betalen. U kan uw bank echter ook verzoeken dat voor u te regelen.

Ook niet-inwoners zijn onderworpen aan de taks maar dan alleen voor hun Belgische effectenrekeningen.

Welke financiële instrumenten?

Het gaat om (al dan niet beursgenoteerde) aandelen, obligaties, rechten van deelneming in gemeenschappelijke beleggingsfondsen en aandelen in beleggingsvennootschappen evenals kasbons en warrants. Eén gemeenschappelijke vereiste: ze moeten op een effectenrekening staan.

Vallen er niet onder: vastgoedcertificaten, thesauriebewijzen en depositobewijzen en “afgeleide” financiële instrumenten (zoals options, swaps en futures) ongeacht of ze op een effectenrekening staan. Aandelen op naam die niet op een effectenrekening zijn ingeschreven, zijn niet onderworpen aan de taks. Dat is niet zo verwonderlijk omdat u anders taks zou betalen op de aandelen die u heeft in uw eigen vennootschap. Aandelen die wel ingeschreven staan op een effectenrekening (aandelen die u kocht als een belegging) zijn daarentegen wel onderworpen aan de taks.

Vernietiging...

Het Grondwettelijk Hof heeft begin oktober de taks wegens ongrondwettelijkheid vernietigd. Het Hof oordeelde dat de overheid een taks mag invoeren waarmee enkel grote vermogens geviseerd worden. Maar het Hof vindt het aanknopingspunt voor de taks (belastbare financiële instrumenten op een effectenrekening) niet correct.

Het Grondwettelijk Hof stelt vast dat een effectenrekening met daarop financiële instrumenten met een gemiddelde waarde van meer dan 500.000 euro niet altijd onderworpen is aan de taks. Bijvoorbeeld als u vooral schatkistcertificaten op de rekening heeft staan.
Ook omgekeerd: als u een vermogen met financiële instrumenten heeft dat groter is dan 500.000 euro maar die niet allemaal op een effectenrekening staan ... dan ontsnapt u ook aan de taks.

Anders gesteld, grote vermogens (500.000 euro aan beleggingen) worden niet allemaal op dezelfde manier belast. Het criterium (bepaalde financiële instrumenten op een effectenrekening) is niet pertinent en daarom vernietigt het Hof de taks.

... vanaf 1 oktober 2019

In het verleden zagen we dat als het Hof een belasting ongrondwettelijk verklaart, die vernietiging terugwerkt tot het begin van de belasting. Dat betekent dat de overheid, de belasting die ze ongrondwettelijk heeft geheven, moet teruggeven.
Maar voor de effectentaks gebeurt dat niet. En dat is enigszins verrassend. Want de belastbare periode van 2019 liep van 1 oktober 2018 tot 30 september 2019. Dat betekent dat de banken en u zelf misschien als belastingplichtige, nog al het nodige moeten doen om de belasting in te houden, door te storten of aan te geven (in het geval u als belastingplichtige dat zelf moet doen).
Sommige belastingplichtigen zullen dus in 2020 aangifte moet doen voor een belasting die door het Hof in 2019 al als ongrondwettelijk werd beschouwd.

Nieuws

Sinds 2006 al kunnen werkgevers een eenmalige innovatiepremie voor vernieuwende ideen toekennen aan hun werknemers. Ook voor de periode 2017-2018 kunnen werkgevers dit instrument gebruiken om innovatieve werknemers te belonen. De regeling is opnieuw verlengd. De voorwaarden en de procedure wijzigen niet.

De hervorming van het Wetboek van vennootschappen van 7 mei 1999 draait rond vereenvoudiging, flexibilisering en aanpassing aan Europese evoluties. Over die ingrijpende hervorming is het laatste woord nog lang niet geschreven. Vandaag staan we stil bij de verdwijning van n van de basisprincipes uit ons vennootschapsrecht: het onderscheid tussen burgerlijke en handelsvennootschappen.

En van de belangrijke elementen in de hervorming van de vennootschapsbelasting is de manier waarop kapitaalverminderingen worden aangerekend. Vroeger had de vennootschap hierin een vrije keuze. Voor kapitaalverminderingen vanaf 2018 werd deze keuzevrijheid afgeschaft. Vanaf nu wordt de vermindering pro rata aangerekend op het gestort kapitaal, en op de reserves van de vennootschap. Daardoor wordt een deel van de terugbetaling een uitkering van dividenden. En daardoor belastbaar.