Btw-teruggave: versoepeling voor starters

Wie btw moet terugkrijgen van de fiscus moet wat geduld oefenen. Een btw-krediet wordt in principe slechts terugbetaald na 3 maanden. Om starters niet in financiële problemen te brengen, krijgen zij vanaf 1 januari 2020, de eerste 2 jaar van hun bestaan, hun krediet al na 1 maand uitbetaald.

Van 3 maanden naar 1 maand

Als u ondernemer bent, dan weet u het: btw-aangiftes moeten ingediend worden tegen de 20ste van de maand volgend op de maand of volgend op het trimester waarop die aangifte betrekking heeft. Als u een btw-tegoed heeft, dan kan u dat tegoed gewoon laten staan zodat u eigenlijk een voorschot heeft voor uw volgende aangifte.

Maar u kan ook kiezen voor de terugbetaling van het krediet. Onder de normale teruggaafregeling bedraagt het teruggavetijdvak (dit is het tijdvak waarop de teruggaaf betrekking heeft) in principe 3 maanden. Ongeacht of u maandaangever of kwartaalaangever bent, kan u dus maar btw terugvragen in de aangifte die u indient in de maanden april, juli, oktober en januari. De maximale teruggavetermijn (zijnde de termijn na het teruggavetijdvak waarbinnen het btw-krediet daadwerkelijk wordt teruggegeven) is ook 3 maanden. Een krediet dat opgebouwd werd in de periode januari tot maart, zal effectief in mei terugbetaald worden.

Er bestaat daar wel een uitzondering op: versnelde teruggaaf is mogelijk voor belastingplichtigen die maandaangiften indienen en die voor ten minste 30% van hun omzetcijfer bepaalde niet-belaste handelingen verrichten of handelingen onderworpen aan een verlaagd btw-tarief. Bovendien is dan vereist dat die belastingplichtige in de loop van het voorgaande kalenderjaar, een btw-overschot had van ten minste 12.000 euro. Die versnelde teruggaaf houdt in dat het teruggavetijdvak maar 1 maand is, en de teruggaaftermijn 2 maanden.

Nieuwe uitzondering: starters

Een koninklijk besluit van 29 augustus 2019 voegt een nieuw geval toe waar een versnelde teruggaaf mogelijk is, namelijk de starters.
Vanaf 1 januari 2020 kunnen starters genieten van een maandelijkse teruggaaf, maar enkel voor btw-kredieten die betrekking hebben op een periode van 24 maanden die volgt op de datum van aanvang van de economische activiteit.

Wat zijn de voorwaarden?

Allereerst moet de belastingplichtige een “maand-aangever” zijn. Kwartaal-aangevers zijn dus uitgesloten van deze voorkeursbehandeling. Kiest de belastingplichtige "starter" toch voor kwartaalaangiften, dan is het teruggavetijdvak het voorgaande trimester. De minister belooft dat de administratie voor hen de teruggaaf zal uitvoeren uiterlijk de tweede maand na het teruggavetijdvak... in de mate van het mogelijke.

De starter moet zijn btw-aangiften verplicht indienen langs elektronische weg. U moet btw-aangiften sowieso elektronisch indienen ... behalve als u kan aantonen dat u niet over het nodige materieel beschikt. Maar voor een versnelde teruggaaf moet de aangifte altijd elektronisch gebeuren, zonder uitzondering.

Het minimumbedrag voor een versnelde teruggaaf is 245 euro.

Moet u zelf iets doen?

In principe kan een versnelde teruggaaf enkel als het hoofd van het controlekantoor daar een vergunning voor verleent. Maar voor de versnelde teruggaaf voor starters is geen vergunning nodig. Dat betekent niet dat u niets moet doen ... u moet uiteraard bij uw aangifte aanduiden dat u terugbetaling wenst.

Nieuws

De CBN heeft een advies gepubliceerd over de boekhoudkundige verwerking van de wederopbouwreserve. De wederopbouwreserve is één van belangrijkste maatregelen die ondernemingen moet toelaten zich na de pandemie te herpakken. Hoe gaat die wederopbouwreserve in de praktijk?

Als u materiaal aanbiedt aan uw medewerkers om te kunnen werken, dan zijn er twee mogelijkheden. Ofwel beschouwt de fiscus het als kosten eigen aan de werkgever (en dan is het niet belastbaar voor de werknemer), ofwel als voordeel van alle aard (en dan is het uiteraard wel belastbaar). Pc’s en smartphones vallen onder die laatste categorie. Maar wat met de accessoires ervan?

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.