Nieuwe interestaftrekbeperking al vanaf 2019

Een van de elementen van de hervorming van de vennootschapsbelasting is de nieuwe interestaftrekbeperking. De regering heeft de inwerkingtreding van de nieuwe regels vervroegd, zodat ze al van toepassing zijn in 2019.

Waar gaat het over?

Op basis van EU-wetgeving zijn alle Europese lidstaten verplicht een nieuwe interestaftrekbeperking in te voeren. De EU wil die regels doorvoeren in de strijd tegen belastingontwijking: via interestbetalingen kunnen multinationale groepen winsten immers doorschuiven naar groepsvennootschappen in laag belaste landen. Europa wil dit tegengaan.

Volgens de Europese regels moesten de EU-lidstaten een regel invoeren die de aftrek van interesten beperkt. Dat moeten ze doen door de Europese richtlijn om te zetten in nationaal recht. België moet dus de Europese regel in een Belgische wet gieten. In principe hadden de lidstaten tot 31 december 2018 om dat te doen, zodat de nieuwe regels in werking konden treden op 1 januari 2019.

Lidstaten mogen aan Europa evenwel uitstel vragen tot 2024. België had uitstel gevraagd. Uiteindelijk heeft de regering beslist de nieuwe interestaftrekbeperking toch al op 1 januari 2019 in werking te laten treden. Dat betekent: voor boekjaren die beginnen op 1 januari 2019 - dus vanaf aanslagjaar 2020.

Nieuwe regels gelden niet voor

Financiële vennootschappen zijn niet aan deze regel onderworpen.

Ook op zichzelf staande vennootschappen die geen deel uitmaken van een groep, vallen buiten het toepassingsgebied. Zij kunnen hun winsten toch niet aan een verbonden vennootschap in een laag belast land doorsluizen.

Interesten met betrekking tot leningcontracten die afgesloten werden vóór 17 juni 2016 en waaraan vanaf deze datum geen fundamentele wijzigingen werden aangebracht, vallen niet onder de nieuwe regels.

Wat houdt de interestaftrekbeperking in?

Een interestaftrekbeperking houdt in dat een vennootschap maar een deel van de door haar betaalde interesten als beroepskost kan aftrekken. De vennootschap geniet geen aftrek voor:

Interesten boven de drie miljoen euro.

Interesten die meer bedragen dan 30 % van het EBITDA.

Interesten boven de drie miljoen euro

Een vennootschap verliest haar recht op aftrek voor de interesten die meer bedragen dan drie miljoen euro.  Het gaat om netto-interestlasten ook wel het financieringskostensurplus genoemd.

Daarvoor worden de interesten die de vennootschap ontvangt afgetrokken van de interesten die de vennootschap betaalt. Als dat positief verschil meer bedraagt dan drie miljoen euro, verliest de vennootschap haar recht op aftrek, maar alleen voor het gedeelte dat de drempel van de drie miljoen overschrijdt.

Betaalt een vennootschap minder dan drie miljoen euro aan interesten, dan behoudt ze altijd haar volledig recht op interestaftrek.

In andere landen ligt deze drempel lager: Nederland heeft die bv. op één miljoen euro gelegd.

30  % van de EBITDA

De interestaftrek is ook beperkt tot 30 % van de EBITDA dat betekent Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization of in het Nederlands: inkomsten voor aftrek van interesten, belastingen, afschrijvingen op activa en afschrijvingen op leningen en goodwill. Het begrip wordt gebruikt als maatstaf voor de winst die een onderneming haalt met haar operationele activiteiten zonder dat hier kosten en opbrengsten van de financiering in verwerkt zitten.

Onbruikbare interesten overdraagbaar

Als de vennootschap een deel van haar interesten niet kan gebruiken omdat ze één van de drempels overschrijdt, kan ze die interest overdragen naar een later jaar en dan gebruiken.

Nieuws

De CBN heeft een advies gepubliceerd over de boekhoudkundige verwerking van de wederopbouwreserve. De wederopbouwreserve is één van belangrijkste maatregelen die ondernemingen moet toelaten zich na de pandemie te herpakken. Hoe gaat die wederopbouwreserve in de praktijk?

Als u materiaal aanbiedt aan uw medewerkers om te kunnen werken, dan zijn er twee mogelijkheden. Ofwel beschouwt de fiscus het als kosten eigen aan de werkgever (en dan is het niet belastbaar voor de werknemer), ofwel als voordeel van alle aard (en dan is het uiteraard wel belastbaar). Pc’s en smartphones vallen onder die laatste categorie. Maar wat met de accessoires ervan?

De berekening van het voordeel van alle aard voor de bedrijfswagen is onder meer afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig tegenover de ‘gemiddelde uitstoot van het Belgische wagenpark’. Die gemiddelde uitstoot ging in 2018 en 2019 naar omhoog waardoor het voordeel kleiner werd. Door een nieuwe wet kan dat niet meer.