Vrijstelling van sociale bijdragen zelfstandigen op nieuwe leest

Elke zelfstandige ondernemer in België betaalt sociale bijdragen. Wie te weinig inkomsten heeft om de sociale bijdragen te betalen, kan een vrijstelling aanvragen. Vanaf 1 januari 2019 wordt de wetgeving waarbij de zelfstandigen een vrijstelling van sociale bijdragen kunnen aanvragen hervormd.

De FOD Sociale Zekerheid (DG Zelfstandigen) is het expertisecentrum van het sociaal statuut van de zelfstandigen in België. Deze FOD beheert de griffies van de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen (CVB). Die speciale commissie kan een volledige of gedeeltelijke vrijstelling toestaan van de verplichting om sociale zekerheidsbijdragen te betalen aan zelfstandigen in een “staat van behoefte” of een “toestand die de staat van behoefte benadert”. De bewijslast berust bij de zelfstandige. De vrijstelling kan alleen worden aangevraagd door een zelfstandige in hoofdberoep en gebeurt dan via het sociaal verzekeringsfonds. Een vrijstelling kan voor één of meerdere kwartalen. Ze omvat zowel de bijdragen als de verhogingen wegens laattijdige betaling. Gedurende de periode van de vrijstelling lopen de  rechten op gezondheidszorgen (ziekte-uitkeringen) en kinderbijslag door. Maar er worden voor vrijgestelde bijdragen geen pensioenrechten opgebouwd.

Belangrijke wijzigingen vanaf 2019

Het wordt mogelijk om een vrijstelling te krijgen in geval van "tijdelijke financiële of economische moeilijkheden". Het vage criterium "behoefte" of "toestand die de staat van behoefte benadert" wordt vervangen door het criterium "zich in een moeilijke financiële of economische situatie" bevinden.

Het onderzoek van de aanvraag tot vrijstelling zal gebeuren door de diensten van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) in het kader van een administratieve procedure in plaats van door de Commissie bij de FOD Sociale Zekerheid.

Alleen de nieuwe versie van het aanvraagformulier wordt aanvaard.

Om de overgang in goeie banen te leiden, kunnen de socialeverzekeringsfondsen geen nieuwe aanvragen tot vrijstelling indienen van 1 oktober 2018 tot 31 december 2018. De aanvraagtermijn die met deze periode samenvalt, wordt met 3 maanden verlengd tot 31 maart 2019 zodat de zelfstandige door de opschorting van de termijn geen nadeel ondervindt. Voor dat kwartaal wordt de termijn dus met 1 kwartaal verlengd. Dit betekent dat een aanvraag tot vrijstelling voor het 4de trimester 2017 ten laatste ingediend mag worden tegen 31 maart 2019 (in plaats van 31 december 2018).

De beslissingen van de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen waren definitief, maar tegen de beslissingen die het RSVZ zal nemen, kan wel een beroep ten gronde worden ingesteld.

Wanneer is een aanvraag geldig?

Startende zelfstandigen kunnen pas een geldige aanvraag om vrijstelling indienen nadat eerst 4 kalenderkwartalen van verzekeringsplicht als zelfstandige zijn verstreken (tenzij wanneer de zelfstandige zijn activiteit heeft stopgezet tijdens dat eerste jaar).
Zelfstandigen die al langer bezig zijn, dienen hun een aanvraag om vrijstelling in binnen de 12 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van het kalenderkwartaal volgend op het kwartaal waarop de bijdrage betrekking heeft.

Zelfstandigen kunnen enkel een vrijstelling vragen van hun voorlopige kwartaalbijdragen.
Als de vrijstelling van de voorlopige bijdragen wordt toegekend, geldt ze automatisch voor de regularisatiebijdragen voor dezelfde kwartalen, behalve als de inkomsten die als basis dienen voor de regularisatie, een bepaald plafondbedrag overschrijden. Dan wordt de vrijstelling geannuleerd.

Nieuws

Sinds 2006 al kunnen werkgevers een eenmalige innovatiepremie voor vernieuwende ideen toekennen aan hun werknemers. Ook voor de periode 2017-2018 kunnen werkgevers dit instrument gebruiken om innovatieve werknemers te belonen. De regeling is opnieuw verlengd. De voorwaarden en de procedure wijzigen niet.

De hervorming van het Wetboek van vennootschappen van 7 mei 1999 draait rond vereenvoudiging, flexibilisering en aanpassing aan Europese evoluties. Over die ingrijpende hervorming is het laatste woord nog lang niet geschreven. Vandaag staan we stil bij de verdwijning van n van de basisprincipes uit ons vennootschapsrecht: het onderscheid tussen burgerlijke en handelsvennootschappen.

En van de belangrijke elementen in de hervorming van de vennootschapsbelasting is de manier waarop kapitaalverminderingen worden aangerekend. Vroeger had de vennootschap hierin een vrije keuze. Voor kapitaalverminderingen vanaf 2018 werd deze keuzevrijheid afgeschaft. Vanaf nu wordt de vermindering pro rata aangerekend op het gestort kapitaal, en op de reserves van de vennootschap. Daardoor wordt een deel van de terugbetaling een uitkering van dividenden. En daardoor belastbaar.