Hervorming vennootschapsrecht: waar staan we vandaag?

Minister van Justitie Koen Geens werkt al enkele jaren aan een nieuw wetboek van vennootschappen. Dit is oud nieuws. Het voorontwerp is intussen aangepast aan het advies van de Raad van State en goedgekeurd in tweede lezing door de Ministerraad. Op 4 juni jl. is het wetsontwerp tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) ingediend bij de Kamer. Dit is het laatste nieuws.

Wetboek van vennootschappen en verenigingen

Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) vervangt het bestaande Wetboek van vennootschappen (W.Venn.), de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen (vzw-wet) én de wet van 31 maart 1898 op de beroepsverenigingen.
De modernisering van ons vennootschapsrecht is opgebouwd rond 3 krachtlijnen.

Krachtlijn 1: een doorgedreven vereenvoudiging

afschaffing van het onderscheid tussen burgerlijke en handelsdaden en tussen burgerlijke en handelsvennootschappen;

integratie van het vennootschaps- én het verenigingsrecht in één enkel wetboek;

afschaffing van de publieke vennootschappen en beperking van de regels voor genoteerde vennootschappen;

beperking van het aantal vennootschapsvormen;

beperking van het aantal strafbepalingen. Voorkeur voor burgerlijke sancties (zoals bestuurdersaansprakelijkheid, nietigheid of andere specifieke sancties).

Krachtlijn 2: een verregaande flexibilisering

Besloten vennootschap (BV) = vennootschap met beperkte aansprakelijkheid maar zonder kapitaal

afschaffing van het concept maatschappelijk kapitaal;

opheffing van het strikte verband tussen de waarde van de inbrengen en de rechten die in ruil daarvoor aan de vennoten worden toegekend, met de dwingende regel dat elk aandeel dezelfde rechten moest geven;

herformulering van een aantal regels door de afschaffing van het kapitaalconcept, waaronder de voorschriften over verkrijging van eigen aandelen, financiële steunverlening, de alarmbelprocedure, de verplichte verantwoording en waardebepaling van de inbrengen in natura;

focus op de verantwoording van de uitgifteprijs van nieuwe aandelen, met een veralgemeende en explicietere verantwoordingsplicht van het bestuur;

vrije regeling van de overdraagbaarheid van aandelen zodat men van de BV een zeer gesloten maar ook een zeer open vennootschap kan maken.

Naamloze vennootschap (NV) = kapitaalvennootschap met 3 mogelijke bestuursmodellen

de dwingende regel van de ad nutum herroepbaarheid van de bestuurders wordt van aanvullend recht;

de NV zal in de toekomst een 'enige bestuurder' kunnen aanstellen die alleen om wettige reden kan worden ontslagen in tegenstelling tot de klassieke (collegiale) raad van bestuur nu;

een duaal bestuursmodel kan in de plaats komen van het directiecomité;

het huidige directiecomité (art. 1524bis W.Venn.) wordt afgeschaft;

een genoteerde NV kan statutair in een (ten hoogste) dubbel stemrecht voorzien voor trouwe aandeelhouders; terwijl in de niet-genoteerde NV en in de BV het meervoudig stemrecht wordt toegelaten.

Coöperatieve vennootschap (CV) = vennootschap met beperkte aansprakelijkheid en zonder kapitaal maar voor een beperkte groep ondernemingen

voorbehouden voor vennootschappen die een onderneming voeren op basis van het coöperatief gedachtegoed. Naar analogie met de Europese coöperatieve vennootschap (SCE);

de 'oneigenlijke' coöperatieven moeten niet langer deze vorm aannemen en zullen BV's kunnen worden;

een CV kan erkend worden overeenkomstig het KB van 8 januari 1962. Ook een erkenning als landbouwonderneming of als sociale onderneming is mogelijk.

Krachtlijn 3: aanpassing aan Europese evoluties

Europa kent 2 systemen voor de 'nationaliteit' van een vennootschap. Die 'nationaliteit' bepaalt welk vennootschapsrecht op haar van toepassing is.
Volgens de zgn. statutaire zetelleer kan worden aangeknoopt aan het recht van de staat waar de vennootschap haar statutaire zetel heeft; volgens de zgn. werkelijke zetelleer is het toepasselijke recht, het recht van de staat waar haar werkelijke zetel is gelegen.

België heeft in het verleden gekozen voor de werkelijke zetel, andere landen voor de statutaire zetel (of het Angelsaksische systeem van de incorporatie). Om de rechtszekerheid te bevorderen en om tegemoet te komen aan de economische en juridische realiteit, kiest België in het nieuwe wetboek voor de statutaire zetelleer.
Het wetsontwerp regelt de grensoverschrijdende verplaatsing van de statutaire zetel van vennootschappen.

Vanaf wanneer?

Het wetsontwerp voorziet in ruime overgangstermijnen waarbinnen de bestaande vennootschappen en verenigingen zich aan het nieuwe recht kunnen aanpassen.
De finale goedkeuring van het wetsontwerp door het parlement wordt verwacht in de herfst van 2018.
De wet zou in werking treden in de loop van 2019 (10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad voor nieuwe vennootschappen en verenigingen).
Voor bestaande vennootschappen en verenigingen zou het nieuwe wetboek van toepassing worden op 1 januari 2020. Zij zouden tijd krijgen tot 1 januari 2024 om hun statuten in overeenstemming te brengen met het nieuwe wetboek.

Nieuws

Sinds 2006 al kunnen werkgevers een eenmalige innovatiepremie voor vernieuwende ideen toekennen aan hun werknemers. Ook voor de periode 2017-2018 kunnen werkgevers dit instrument gebruiken om innovatieve werknemers te belonen. De regeling is opnieuw verlengd. De voorwaarden en de procedure wijzigen niet.

De hervorming van het Wetboek van vennootschappen van 7 mei 1999 draait rond vereenvoudiging, flexibilisering en aanpassing aan Europese evoluties. Over die ingrijpende hervorming is het laatste woord nog lang niet geschreven. Vandaag staan we stil bij de verdwijning van n van de basisprincipes uit ons vennootschapsrecht: het onderscheid tussen burgerlijke en handelsvennootschappen.

En van de belangrijke elementen in de hervorming van de vennootschapsbelasting is de manier waarop kapitaalverminderingen worden aangerekend. Vroeger had de vennootschap hierin een vrije keuze. Voor kapitaalverminderingen vanaf 2018 werd deze keuzevrijheid afgeschaft. Vanaf nu wordt de vermindering pro rata aangerekend op het gestort kapitaal, en op de reserves van de vennootschap. Daardoor wordt een deel van de terugbetaling een uitkering van dividenden. En daardoor belastbaar.