Fiscaal voordeel bijkomend personeel: stilaan nu of nooit

Telt uw onderneming minder dan 11 werknemers? Gaat u bijkomend personeel met een laag loon tewerkstellen? Dan kan u een belastingvrijstelling krijgen. Die belastingvrijstelling is echter één van de maatregelen die zal sneuvelen naar aanleiding van de hervorming van de vennootschapsbelasting. De steunmaatregel wordt afgeschaft vanaf aanslagjaar 2021.

 Voor vennootschappen en zelfstandigen

De belastingvrijstelling voor bijkomend personeel met een laag loon bestaat al zo'n 10 jaar, Sinds aanslagjaar 2009 richt de vrijstellingsmaatregel zich tot ondernemingen die winsten of baten verkrijgen en die op 31 december 1997, of voor ondernemingen die later zijn opgericht op het einde van het jaar waarin de exploitatie is gestart, minder dan 11 werknemers tewerkstellen.
Ook vrije beroepen komen in aanmerking. Vzw's zijn uitgesloten.

Maximum wedde

In aanmerking komen werknemers van wie het gemiddeld bruto dag- of uurloon niet hoger is dan 90,32 euro per dag of 11,88 euro per uur. Deze brutolonen zijn ingeschreven in het WIB92 -met de mogelijkheid om ze via koninklijk besluit te verhogen tot respectievelijk 100 euro en 13 euro- maar deze bedragen worden niet geïndexeerd. Het gemiddelde loon wordt per kwartaal berekend door het brutoloon van dat kwartaal te delen door het aantal gepresteerde arbeidsdagen of arbeidsuren in datzelfde kwartaal.

Per bijkomende tewerkstelling

De personeelsaangroei wordt berekend door het gemiddelde personeelsbestand van het betrokken jaar te vergelijken met dat van het vorige jaar. De berekening gebeurt per kalenderjaar, ook als de onderneming haar boekjaar op een andere datum afsluit. In de praktijk wordt deze berekening uitgevoerd door de sociale secretariaten.

Fiscaal voordeel

De belastingvrijstelling bedraagt 3.720 euro (basisbedrag) per in België bijkomende tewerkgestelde personeelseenheid met een laag loon, in het jaar van aanwerving. Door indexering is het bedrag van de belastingvrijstelling verhoogd tot 5.950 euro voor aanslagjaar 2019 (5.830 euro voor aanslagjaar 2018).

De vrijstelling is definitief als de aangroei van het gemiddelde personeelsbestand in het betrokken jaar ook behouden blijft in het daaropvolgende jaar.

Indien het gemiddeld personeelsbestand tijdens het jaar volgend op de vrijstelling is verminderd ten opzichte van het jaar van de vrijstelling, wordt het totaalbedrag van de voordien vrijgestelde winsten of baten verminderd met 5.950 euro per afgevloeide personeelseenheid.

Er is geen terugname als de belastingplichtige kan aantonen dat de bijkomende tewerkstelling het erop volgende jaar behouden is gebleven bij de werkgever die zijn personeel heeft overgenomen in andere omstandigheden dan bij stopzetting, fusie, splitsing of met fusie gelijkgestelde verrichtingen.

Fiscale verplichtingen

De werkgever vermeldt de belastingvrijstelling voor bijkomend personeel in zijn belastingaangifte. Hij moet ook het formulier 276 T invullen en toevoegen aan de aangifte.
Wanneer voor een bepaald aanslagjaar vrijstelling wordt bekomen, moet de belastingplichtige een gelijkaardige tabel bij zijn aangifte van het volgende aanslagjaar voegen. Uit die tabel moet blijken dat de vennootschap de fiscale vrijstelling kan genieten (jaar X) of kan behouden (jaar X + 1).

Nieuws

Sinds 2006 al kunnen werkgevers een eenmalige innovatiepremie voor vernieuwende ideen toekennen aan hun werknemers. Ook voor de periode 2017-2018 kunnen werkgevers dit instrument gebruiken om innovatieve werknemers te belonen. De regeling is opnieuw verlengd. De voorwaarden en de procedure wijzigen niet.

De hervorming van het Wetboek van vennootschappen van 7 mei 1999 draait rond vereenvoudiging, flexibilisering en aanpassing aan Europese evoluties. Over die ingrijpende hervorming is het laatste woord nog lang niet geschreven. Vandaag staan we stil bij de verdwijning van n van de basisprincipes uit ons vennootschapsrecht: het onderscheid tussen burgerlijke en handelsvennootschappen.

En van de belangrijke elementen in de hervorming van de vennootschapsbelasting is de manier waarop kapitaalverminderingen worden aangerekend. Vroeger had de vennootschap hierin een vrije keuze. Voor kapitaalverminderingen vanaf 2018 werd deze keuzevrijheid afgeschaft. Vanaf nu wordt de vermindering pro rata aangerekend op het gestort kapitaal, en op de reserves van de vennootschap. Daardoor wordt een deel van de terugbetaling een uitkering van dividenden. En daardoor belastbaar.